Kwaliteitsafspraken.nl

Informatie

Universiteiten en hogescholen krijgen extra geld om − binnen afgesproken kaders − naar eigen inzicht te investeren in verbetering van het onderwijs. De instellingen beslissen samen met de medezeggenschap hoe ze het geld gebruiken. Zo hebben studenten en medewerkers invloed op de verbetering van hun eigen onderwijs.

Vind je niet wat je zoekt? Neem contact op!


Achtergrond

In 2015 werd de basisbeurs voor studenten ingeruild voor een sociaal leenstelsel. Het geld dat de overheid zo bespaart, wordt in de vorm van zogeheten studievoorschotmiddelen bestemd voor investeringen in onderwijskwaliteit.

In het document Investeren in onderwijskwaliteit: Kwaliteitsafspraken 2019-2024 spraken het Ministerie, de koepels van de onderwijsinstellingen en de koepels van studentenorganisaties (ISO en LSVb) af binnen welk kader instellingen mogen beslissen hoe ze investeren in de onderwijskwaliteit. Zes thema's staan daarbij centraal:

  • Intensiever en kleinschaliger onderwijs;
  • Meer en betere begeleiding voor studenten;
  • Studiesucces;
  • Onderwijsdifferentiatie;
  • Passende en goede onderwijsfaciliteiten;
  • Verdere professionalisering van docenten.

Onderwijsinstellingen maken hun eigen kwaliteitsafspraken samen met de medezeggenschap. Hierdoor kunnen studenten en medewerkers zelf bijdragen aan de verbetering van hun eigen onderwijs.


Betrokkenen

Het landelijke kaderdocument voor kwaliteitsafspraken is ondertekend door vijf partijen: het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), de Vereniging Hogescholen (VH), de Vereniging van Universiteiten (VSNU), het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO) en de Landelijke Studentenvakbond (LSVb).

Instellingsbestuur of faculteitsbestuur

Elke onderwijsinstelling heeft gekozen of ze de kwaliteitsafspraken op centraal of decentraal niveau maakt en implementeert. Vaak kozen ze een constructie waarin beide niveaus een verantwoordelijkheid dragen. Het bestuur is verantwoordelijk voor een goed verloop van de kwaliteitsafspraken.

Medezeggenschap

Een belangrijk onderdeel van de landelijke afspraken is de zogeheten horizontale dialoog. De verantwoordelijke bestuurders moeten de medezeggenschap − zowel studenten als medewerkers − betrekken bij de ontwikkeling, uitvoering en monitoring van kwaliteitsafspraken. Dat kan op verschillende niveaus binnen de instelling. De medezeggenschap heeft instemmingsrecht op het plan. Dat wil zeggen dat de instelling het alleen met goedkeuring van de medezeggenschap kan aannemen. Het verschilt per instelling welke laag van de medezeggenschap hier recht op heeft. Het is belangrijk dat de medezeggenschap weet hoe dit op de betreffende instelling is geregeld. Op de pagina Handleidingen staat het aandeel van de medezeggenschap in het proces van kwaliteitsafspraken.

Nederlandse-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO)

De NVAO is verantwoordelijk voor de toetsing van de kwaliteitsafspraken. De procedure voor de toetsing is te vinden op de website van de NVAO. Daarnaast is de NVAO betrokken bij de evaluaties van het landelijke proces.

Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW)

De OCW-minister van Hoger Onderwijs is politiek eindverantwoordelijke voor de onderwijskwaliteit van het hoger onderwijs. De OCW-minister neemt na een onafhankelijke beoordeling door de NVAO een besluit over het proces en de uitvoering. De minister is in het kader van de kwaliteitsafspraken ook verantwoordelijk voor het wel of niet toekennen van de kwaliteitsbekostiging.


Proces van 2019-2024

NIEUWSUPDATE: Het COVID-19 virus heeft een invloed op alle (her)beoordelingen die door de NVAO worden uitgevoerd. Er is dus mogelijk een wijziging in de procedure van stap 2 en stap 3. Kijk op de NVAO website voor de maatregelen voor de kwaliteitsafspraken. De overheid heeft de maatregel getroffen om iedere instelling - ongeacht of de plannen zijn goedgekeurd of niet - de studievoorschotmiddelen in 2021 uit te keren. Voor de jaren 2022-2024 dient een instelling geheel volgens procedure de plannen te laten toetsen en goedkeuren.

Het proces van de kwaliteitsafspraken loopt tussen 2019 en 2024. Iedere instelling heeft echter eigen belangrijke data. Vraag na bij het bestuur of een beleidsmedewerker wanneer hierover onduidelijkheid is. Mochten zij geen antwoord hebben, maak dan vooral gebruik van de pagina Vraag onze Experts. Vind hieronder de informatie voor de verschillende stappen van het proces of bekijk de schematische weergave in de tijdlijn.

Stap 1: Instellingen maken een plan

Iedere instelling moet in haar eigen kwaliteitsafspraken beschrijven hoe ze wil investeren in alle zes thema's die landelijk zijn afgesproken. In 2019 is het plan van iedere instelling gedeeld met de NVAO voor het eerste toetsingsmoment.

Stap 2: De NVAO toetst het plan

De Nederlandse-Vlaamse Accreditatieorganisatie toetst het plan voor kwaliteitsafspraken op basis van de vooropgestelde beoordelingscriteria. Daartoe dient de instelling een aanvraagdossier in met onder andere de plannen per bestedingsthema en een meerjarenbegroting. Een NVAO-panel bezoekt de instelling en spreekt met de betrokkenen. Veel instellingen combineren deze beoordeling met de Instellingstoets Kwaliteitszorg (ITK). Deze periodieke keuring staat los van de beoordeling kwaliteitsafspraken, hetzelfde panel bepaalt het oordeel. Uiterlijk medio 2020 verstrekt het NVAO-bestuur haar adviezen over de plannen van de instellingen aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, die verantwoordelijk is voor het uiteindelijke besluit over de studievoorschotmiddelen.

Het advies van de NVAO aan de minister is positief of negatief. Wanneer de minister een positief besluit geeft over dit advies, kan de instelling beginnen met het uitvoeren en monitoren van de plannen. Bij een negatief advies van de NVAO gaat de minister met de onderwijsinstelling in gesprek. Neemt de minister op basis van dit gesprek het negatieve advies van de NVAO over, dan moet de instelling haar plannen opnieuw vormgeven en indienen bij de NVAO. Dit is onderdeel van de herstelperiode. Dit heeft nog géén consequenties voor de kwaliteitsbekostiging van de instelling.

Stap 3: Hersteljaar

Als de minister het plan voor de kwaliteitsafspraken afkeurt, heeft de instelling exact een jaar om haar plannen opnieuw vorm te geven en op te sturen naar de NVAO. Na dit jaar bezoekt opnieuw een NVAO-panel de instelling, het panel geeft een advies en de minister neemt een besluit. Als het oordeel van de minister nog altijd ‘onvoldoende’ is, krijgt de instelling in de jaren 2021 tot en met 2024 niet de studievoorschotmiddelen uitgekeerd. Als de minister de plannen nu wel goedkeurt, krijgt de instelling de kwaliteitsbekostiging alsnog uitgekeerd.

Stap 4: Looptijd Kwaliteitsafspraken (monitoring)

Monitoring van de kwaliteitsafspraken gebeurt zowel op landelijk als op lokaal niveau. Op landelijk niveau houden de koepels van studentenvakbonden ISO en LSVb de voortgang nauw in de gaten en ondersteunen zij de medezeggenschap waar nodig. Daarnaast maakt de NVAO ook in deze periode een onafhankelijk landelijk beeld van de stand van zaken. De planning en resultaten hiervan worden op hun website gepubliceerd.

Monitoring

Het bijhouden van de voortgang is een lastig proces. Instellingen leggen implementatie en monitoring vast in overleg met de medezeggenschap. Heb je vragen over de werkbaarheid of de inhoud van het implementatie- of monitoringsplan op jouw instelling? Vraag dan het bestuur om externe trainingsfaciliteiten of stuur een bericht naar onze experts.

Instellingen maken zelf afspraken over de manier waarop ze de kwaliteitsafspraken monitoren. Het loket stelt op dit moment een document op dat de belangrijkste aandachtspunten bevat voor het monitoren van de kwaliteitsafspraken. Zodra het klaar is, komt het document onder het kopje Documenten te staan.

Stap 5: Kwaliteitsbekostiging

In 2019 en 2020 zijn de studievoorschotmiddelen zonder formele voorwaarden onderdeel van het vaste jaarbudget van de instelling. De instellingen kunnen het geld in die periode naar eigen inzicht besteden, of bijvoorbeeld opzij zetten voor de ingediende kwaliteitsplannen uit stap 1. Omdat de plannen van de instellingen tot april 2020 worden getoetst door de NVAO, kunnen de instellingen de studievoorschotmiddelen pas voor de periode 2021-2024 in de vorm van kwaliteitsbekostiging ontvangen. Opgeteld gaat het tussen 2019 en 2024 voor alle instellingen samen om een bedrag van circa € 2,2 miljard. De kwaliteitsbekostiging wordt ieder jaar een beetje hoger, oplopend tot circa € 550 miljoen in 2024. In de sectorakkoorden (HBO-WO) staat hoe de verdeling van deze gelden tot stand kwam.

De instelling neemt de kwaliteitsbekostiging tussen 2019 en 2024 altijd op in de (hoofdlijnen van de) begroting. De medezeggenschap heeft instemmingsrecht op de hoofdlijnen van de begroting. Het verschilt per instelling in hoeverre ze de kwaliteitsbekostiging specificeert. In de hoofdlijnen van de begroting werkt de instelling de in het plan (uit stap 1) opgenomen meerjarenbegroting uit. Het beschikbaar gestelde bedrag per bestedingsthema moet altijd in lijn zijn met de kwaliteitsafspraken van de instelling. Gezien de complexiteit van het beoordelen van de begroting, staat in de landelijke afspraken expliciet de facilitering voor de medezeggenschap beschreven. Mocht de medezeggenschap over onvoldoende kennis beschikken om de hoofdlijnen van de begroting te kunnen goedkeuren, heeft zij het recht om hiervoor training te ontvangen voordat zij instemming voor de hoofdlijnen van de begroting geeft.

Stap 6: Beoordeling Voortgang Kwaliteitsafspraken

In 2022 beoordeelt de NVAO de uitvoering van het plan tot dan toe. Dat gebeurt aan de hand van vooropgestelde criteria, het jaarverslag over 2021 en een reflectie van de medezeggenschap. De NVAO vraagt geen aanvullende documenten op en in beginsel vindt geen instellingsbezoek plaats.

De rest van het advies, besluit en herstel gaan net zoals het proces dat is beschreven in stap 2 en stap 3, met uitzondering van het panelbezoek aan de instelling dat nu achterwege blijft.

Stap 7: Korting/Comenius

Zoals in stap 6 gezegd, toetst de NVAO in 2022 de resultaten van de implementatie van de kwaliteitsafspraken. Als bij de toets in 2022 wordt geconstateerd dat er onvoldoende voortgang is bij de realisatie van het plan van een instelling, gaat de minister ook het gesprek aan en kan de instelling binnen een jaar alsnog laten zien dat zij voldoende voortgang boekt. De NVAO toetst in het najaar van 2023 op basis van een reflectie van de instelling zelf, en een reflectie van de medezeggenschap, of er van voldoende voortgang sprake is. Als een instelling dan nog steeds geen goedkeuring voor de voortgang van haar plannen krijgt, wordt in 2024 het bedrag aan studievoorschotmiddelen dat dan méér beschikbaar is dan in 2023 (de ‘oploop’) gekort. Dat mag niet ten koste gaan van studenten. Daarom krijgt de instelling dit bedrag alsnog krijgt uitgekeerd via Comeniusbeurzen voor excellente docenten. In plaats van het uitvoeren van de plannen van de kwaliteitsafspraken kan de instelling via het Comeniusprogramma dan alsnog onderwijsinnovaties mogelijk maken voor studenten.

Stap 8: Evaluatie

Vanaf 2023 wordt het hele proces van de kwaliteitsafspraken geëvalueerd. Bij de evaluatie door de NVAO komt wederom een panel op instellingsbezoek. Dat panel kijkt ook naar de jaarverslagen vanaf 2022 en naar een reflectie van de medezeggenschap.

Verdere concretisering van de stappen worden weergegeven in kwaliteitsafspraken 2019-2024.

Heb je een vraag?

Komt je vraag niet voor in de FAQ of loop je toch nog ergens tegenaan, neem dan contact op met onze experts.


Stel je vraag